Dieselpest: herkennen, voorkomen en behandelen
Weinig dingen bederven een vaardag zo grondig als een motor die er zomaar mee ophoudt, precies op het verkeerde moment. Bij een dieselmotor is de boosdoener vaak niet het blok, maar de brandstof: dieselpest. Achter die wat vreemde naam schuilt een heel gewoon biologisch verschijnsel dat in bijna elke boottank kan ontstaan, zeker als de boot veel stilligt. Het goede nieuws is dat je dieselpest met een paar simpele gewoontes grotendeels kunt voorkomen, en dat je de eerste signalen goed zelf kunt herkennen. In dit artikel lees je wat dieselpest precies is, hoe je het op tijd opmerkt, hoe je het buiten de deur houdt en wat je kunt doen als het er al in zit. Voor het exacte onderhoud aan je brandstofsysteem blijft het handboek van je motor leidend.
Wat is dieselpest precies?
Dieselpest is de bijnaam voor de groei van bacterien, schimmels en gisten in je dieseltank. Die micro-organismen leven niet in de diesel zelf, maar op het grensvlak waar diesel en water elkaar raken. Ze gebruiken de diesel als voedsel en het water om in te leven, en vermenigvuldigen zich daar tot een bruine, slijmerige drab. Die drab dwarrelt door de tank, wordt meegezogen naar de filters en zet die razendsnel dicht.
Water in de tank is dus de sleutel. Zonder water geen dieselpest. Dat water komt vooral uit condens: een half lege tank ademt bij temperatuurwisselingen vochtige lucht in en uit, en het vocht slaat neer tegen de koude tankwand. Moderne diesel met een biocomponent (de B7 die je aan de pomp tankt) trekt bovendien wat makkelijker vocht aan en is gevoeliger voor deze groei dan de diesel van vroeger. Een boot die weken of maanden stilligt is daarmee een ideale broedplaats.
De kern in een zin
Hoe herken je dieselpest?
Dieselpest kondigt zich meestal aan via de filters en het loopgedrag van de motor. De klassieke situatie: de motor start en loopt stationair prima, maar zodra je vermogen vraagt zakt hij in of slaat hij af, omdat er door het dichtslibbende filter te weinig brandstof doorkomt. Let op deze signalen:
- Het brandstoffilter raakt opvallend snel verstopt, soms al na korte tijd na een verse filterwissel.
- De motor valt weg of slaat af zodra je gas geeft, terwijl hij stationair goed loopt.
- In de kom van de waterafscheider zie je een laagje water en een bruine, troebele of slijmerige laag.
- Het brandstoffilter is bij vervanging donker verkleurd of zit vol met drab in plaats van fijn stof.
- Soms een rotte, zwavelige geur bij de tankopening.
Twijfel je, controleer dan eens de kom van je voorfilter met de waterafscheider. Een schone bak met heldere diesel is een goed teken; water en donkere viezigheid onderin zijn een waarschuwing. Wil je zekerheid over de tank zelf, dan bestaan er testsetjes (bijvoorbeeld een dompeltest of een teststrip) die de aanwezigheid van de groei aantonen.
Voorkomen is veel makkelijker dan bestrijden
Dieselpest bestrijden als het er eenmaal goed in zit, is vervelend en soms duur werk. Voorkomen kost daarentegen bijna niets en zit vooral in een paar gewoontes. De rode draad is steeds dezelfde: hou water uit de tank en geef de groei geen kans.
- Houd de tank zo vol mogelijk, zeker voor een stalling of de winter. Minder lege ruimte betekent minder condens en dus minder water.
- Tap regelmatig het water uit de kom van de waterafscheider af, en zeker na het tanken en na ruw weer.
- Tank schone diesel bij een bron met een vlotte doorstroom, en vermijd twijfelachtige jerrycans die lang open hebben gestaan.
- Ververs de brandstoffilters op tijd volgens het handboek, zodat een beginnende vervuiling niet blijft rondzweven.
- Overweeg bij langere stalling een geschikt onderhoudsadditief of biocide, in de dosering die de fabrikant voorschrijft.
Vol de winter in
Zit het er al in? Zo pak je het aan
Heb je dieselpest geconstateerd, dan hangt de aanpak af van hoe ver het is. Bij een beginnend geval kom je vaak een heel eind met zelf ingrijpen; bij een zwaar vervuilde tank is het werk voor een vakman.
- 1
Tap het water af en vervang de filters
Tap eerst de waterafscheider leeg tot er schone diesel komt, en vervang daarna het voorfilter en het fijnfilter. Houd meerdere filtersets aan boord: bij een actieve besmetting kan een filter binnen korte tijd opnieuw dichtlopen.
- 2
Behandel de brandstof met een biocide
Een biocide doodt de levende organismen in de tank. Gebruik een middel dat geschikt is voor dieselmotoren en houd de voorgeschreven schokdosering aan. Lees de gebruiksaanwijzing goed: onderdoseren werkt niet, overdoseren kan schadelijk zijn.
- 3
Laat bij ernstige vervuiling de tank reinigen
Zit de tank vol drab, dan is een biocide niet genoeg: de dode massa moet eruit. Een vakman kan de tank openen en reinigen, of de brandstof laten polijsten, waarbij de diesel rondgepompt en gefilterd wordt tot hij weer schoon is.
- 4
Voorkom herhaling
Pak na de behandeling de gewoontes uit dit artikel op: tank vol houden, water aftappen en filters op tijd vervangen. Anders is de tank binnen een seizoen opnieuw besmet.
Werk veilig met diesel en dampen
Wanneer schakel je een vakman in?
Het aftappen, filters vervangen en een biocide toevoegen kun je prima zelf. Schakel een vakman in als de tank zichtbaar zwaar vervuild is, als de motor na filterwissel en biocide toch blijft afslaan, of als je de tank niet goed kunt bereiken of legen. Fuel polishing en tankreiniging vragen speciale apparatuur en ervaring. Datzelfde geldt als het probleem samenvalt met andere klachten, zoals een motor die geen vermogen levert of onregelmatig loopt: dan is een bredere diagnose verstandig.
In het kort
- Dieselpest is bacterie- en schimmelgroei op het grensvlak van water en diesel in de tank; zonder water ontstaat het niet.
- Het klassieke signaal is een filter dat snel dichtloopt en een motor die stationair loopt maar onder gas afslaat.
- Voorkomen zit vooral in een volle tank, regelmatig water aftappen uit de waterafscheider en filters op tijd vervangen.
- Bij een beginnende besmetting helpen filters vervangen en een biocide in de juiste dosering; bij zware vervuiling is tankreiniging of fuel polishing nodig.
- Werk aan de brandstof altijd met een koude motor, veilig met dampen, en vang gemorste diesel op.